Geschiedenis van het gebouw Waalsmondelaan 16

Het kerkgebouw Waalsmondelaan 16

In 1949 werd in een raadvergadering gesproken over een voorstel van B. en W. aangaande de verkoop van grond aan het R.K. kerkbestuur. Het werd een langdurig debat betreffende het principe van godsdienstvrijheid. Uiteindelijk besloot de raad de grond aan het R.K. kerkbestuur te verkopen.

Bisdom Dordrecht gaf de opdracht tot de bouw van de kerk. Architect was het bureau Kramers en Willemse uit Schiedam en de bouwaannemer firma C. Weber uit Dordrecht.

De eerste steen werd gelegd op 24 juli 1950 door deken J.H. Niekel van Rotterdam. De steen was voorzien van de tekst “Me posuit Dec. J.H. Niekel 24-7-‘50” (Ik ben gelegd door Deken J.H. Niekel 24-7-’50). Het jaartal 1950 is ook nog te lezen op één van de balken van de dakspanten.

JH Niekel.jpg Deken J.H.Niekel van Rotterdam

 In die jaren na de oorlog was de architectuur erg sober en daarmee karakteristiek voor de jaren ‘50.  De kerkklok is hier ook een voorbeeld van. Deze is gemaakt van gietijzer, aangezien veel koper en brons in de oorlog weggevoerd was en nog steeds schaars was in die tijd. 

In 1966 was de RK-Parochie uit dit kleine kerkgebouw gegroeid en verhuisde naar haar nieuwe gebouw aan de Randweg. Op 22 oktober kocht de Chr. Geref. Kerk het gebouw van de Parochie.

 

Foto’s uit de tijd dat het gebouw functioneerde als RK kerk

 

 

Op 27 januari 1967 werd de Chr. Geref. gemeente van Alblasserdam zelfstandig ten opzichte van haar ‘moederkerk’ in Papendrecht: een eigen kerkenraad en de gemeente werd zelfstandig rechtspersoon en kon zodoende het gebouw kopen.

 ‘Ombouwen’:

Het gebouw werd aangepast aan de wensen van de CGK-gemeente. Een aantal voorwerpen bleef bewaard, zoals het doopvond en de marmeren communie-bank met de in steen gebeitelde tekst “Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt blijft in Mij en Ik in hem”, evenals het gebrandschilderde ronde raam in de achtergevel met symbolische weergave van de Drie-eenheid van God. Ook  is een wijwaterbakje bij de ingang achtergelaten. Het zitmeubilair voor de gemeente bleef ook nog lange tijd in gebruik. De consistorie van de pastoor, terzijde van de kerkzaal, werd ingericht als kerkenraadskamer annex keuken/verenigingsruimte. Het eerste orgel kwam van een gemeentelid. In 1969 werd een tweedehands pijporgel gekocht en in 1975 een elektronisch Johannus-orgel. In 1991 werd een nieuw Johannus–orgel geplaatst.

In de loop der jaren werden steeds meer zaken aangepast. De knielbanken werden in 1977 vervangen door lange kerkbanken waardoor het middenpad verdween. De ramen aan beide zijgevels van de kerkzaal en de ronde ramen in voor- en achtergevel werden voorzien van dubbelglas waarin het originele glas en lood verwerkt bleef. De aanbouw werd verlengd voor de aanleg van een entree.

 

Het kerkgebouw was weliswaar geschikt voor de gereformeerde eredienst, maar voor het praktisch functioneren van de kerkelijke gemeente waren er heel wat tekortkomingen. Er is méér dan alleen de zondagse eredienst. Clubs en verenigingen willen vergaderen, er moet ruimte zijn voor ontmoeting, studiesamenkomsten of voor feestelijke aangelegenheden.

De immer kleine kerkelijke gemeente kon zich echter niet een grote aanbouw veroorloven. Het werd een interne verbouwing. De officiële ingebruikname was op 29 mei 2010.

Bij die verbouwing verdween het oude liturgisch centrum. Er werd een extra ruimte van gemaakt, de nieuwe kerkenraad- en vergaderkamer. Het belangrijkste van het concept was het multifunctioneel maken van de kerkzaal. De zaal werd ingericht met losse stoelen, zodat de ruimte zich kan aanpassen op de activiteit die op de diverse momenten plaatsvinden.

 

Foto’s uit de tijd dat het gebouw functioneerde als CGK kerk

1977

1967

2010

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Achtergronden van de inrichting van een kerk in de lijn van de reformatie

 

De denklijn van de christenen van de reformatie drukt zijn stempel op de bouw en inrichting van reformatorische(=gereformeerde) kerkgebouwen. Die laat zich in het kort typeren door vier principes:

 

Alleen Jezus Christus

Alleen het geloof

Alleen de Bijbel

Alleen eer aan God

 

Alleen Jezus Christus.        Dat betekent dat onze bevrijding van onze menselijke nood en zonde alleen te vinden is door Jezus Christus. God zelf, kwam in de persoon van Jezus op aarde, om te lijden en te sterven als genoegdoening voor onze zonden. Hierin heeft God Zijn liefde betoond en wij zijn geroepen om daarop te antwoorden in ons leven, door Hem aan te nemen als onze persoonlijke Verlosser.

Er is geen andere Verlosser. Christus wordt ook het levende Woord genoemd, omdat Hij de Persoon is die de beloften, de woorden van God vervuld heeft.

 

Alleen het geloof.                              Het persoonlijk geloof is de manier waarop we verbonden zijn met Jezus Christus. De geloofsinhoud is, dat ik zeker weet dat Hij er is, dat Hij Zijn verlossingswerk ook voor mij heeft volbracht en dat hij Koning is over mijn leven (dus bepalend is voor mijn doen en laten). De manier van geloven is, dat ik op Jezus Christus vertrouw, dat Hij mijn leven gered heeft en dat Hij mij helpt bij het uitleven van mijn leven. Daarom bidden wij als (onderdeel van) onze communicatie met God, omdat we alles van Hem verwachten voor dit leven en voor de eeuwigheid. Gods Geest leeft in ons hart en leidt ons.

 

Alleen de Bijbel.                                 Je kunt God leren kennen en Zijn werk herkennen in de wereld van de schepping. Maar in de praktijk blijven er dan nog veel dingen vaag, want hoewel er wel ‘iets’ zal zijn kom je er niet achter wat of Wie dat is! En dat nu vertelt mij de Bijbel. Er is geen ander boek waarin God Zich bekendmaakt. De Bijbel is betrouwbaar. Het is geen hemels dictaat, maar een verzameling van boeken, brieven en gedichten, die erkend zijn als openbaring van God en waarin zich een totaalbeeld opbouwt over het wezen en het karakter van God, over Zijn werk en over Zijn Christus. Gods Geest spreekt ons aan en werkt in ons, en ons aanzet tot het doen van de goede dingen in overeenstemming met de Bijbel.

 

Alleen eer aan God.                           De mensen zijn gelijkwaardig, er is één Heer over hen. Dat is God. Daarom moeten we ons niet buigen voor mensen, dieren of dingen. De eer die we aan onszelf of aan anderen zouden willen toekennen, om welke reden dan ook, is niet van waarde, maar  we erkennen in alles de goedheid, liefde en grootheid van God. Ons bidden is dan ook in de eerste plaats het toekennen van alle eer aan God. Áls we een ander willen eren, kunnen we dat het beste doen door God voor die ander te danken en die persoon te zegenen met goede woorden. God wordt op het hoogst geëerd als we goed doen in Zijn Naam.

 

Al deze lijnen zijn terug te vinden in de kerkgebouwen van de kerken van de reformatie:

Er is niets in een kerkgebouw om te vereren, geen beelden, iconen of voorwerpen, want alleen God mag vereerd worden, en God wil niet afgebeeld worden, aangezien het niet mogelijk is om Zijn Wezen ook maar bij benadering af te schilderen. De Bijbel (en daarmee Christus, het Woord) heeft een centrale plaats, want daaruit spreekt God tot de mensen. Jezus Christus is de enige die een geslaagd beeld van God vertoont. Ook is er ruimte van ontmoeting en studie om het gemeente-zijn vorm te geven en te vieren.

In de kerkzaal zijn wel doopvont en avondmaalgerei te vinden. Die wijzen heen naar de opdracht van Jezus Christus, om de volken te dopen in Zijn Naam en om Hem in Zijn verlossingswerk te gedenken in het breken van het brood en het schenken van de wijn. Dit zijn de twee ‘sacramenten’ en die spelen een wezenlijke rol in het kerk-zijn en in het persoonlijk geloof en zijn dan ook permanent zichtbaar als symbool van Gods liefde en trouw.